Ijshockey wacht in Nederland een grote toekomst

Ijshockey wacht in Nederland een grote toekomst.
Het is ook hier ontdekt als een sport waarin men zijn agressie kwijt kan op een gezonde manier.
Nu ja, gezond; als de hartstochten te fel oplaaien, is er in Den Bosch en Tilburg ook geen houden meer aan.

Broedermoord in Brabant

In Tilburg kent men zichzelf niet meer als het om ijshockey gaat.
En om ijshockey draait het daar allemaal, al een generatie lang.
Zelfs in de tijd dat er buiten Den Haag nog niemand in Nederland aan ijshockey dacht, liep men er in Tilburg al warm voor.
Op een provisorisch baantje hield men toen de erfenis van de Canadezen uit de tweede wereldoorlog in ere; later, na de sluiting in 1951, leefde men zich uit op een 's winters met een laagje ijs bedekte speeltuin.
Daar, op de nu haast legendarisch geworden Theresia-baan, groeide het spel van de Tilburgers uit tot een passie, een hartstocht, die niet meer genoeg had aan enkele wintermaanden om zich helemaal te kunnen uitleven.
Tilburg wilde meer en schreeuwde om een echte piste, waar de sport van de pure snelheid en manlijke lijf-aan-lijfgevechten volledig tot zijn recht kon komen.
Die piste kwam er in 1964. De Tilburgse ijshockeyclub De Trappers was toen qua accommodatie net zover als de Amsteltijgers met hun openluchtbaan op de Jaap Eden, maar in mentaliteit lagen de Tilburgers wel een straatlengte voor op de Mokumers.
Want heel anders dan in de hoofdstad, liet men in Tilburg de aanstormende jeugd niet maar wat haar gang gaan; men kon er niet rustig wachten op mogelijke successen uit eigen kweek. Meteen werden er buitenlanders aangetrokken, eerst Canadezen, later aangevuld met Tsjechen, die het reeds smeulende vuur fel oprakelden en van Tilburg binnen enkele jaren een geweldige ijshockeystad maakten.
In 1969 kreeg de piste een overkapping, en de aldus ontstane Pellikaanhal was daardoor een prachtig complex geworden, ijshockeyminded Tilburg waardig.
Maar het is al gezegd: in Tilburg kent men zichzelf niet meer als het om ijshockey gaat. Nu, één jaar na de opening, staat het nieuwe gebouw al op scheuren.
Het barst aan alle kanten uit zijn voegen... omdat het herhaaldelijk veel te klein blijkt te zijn.
Het kan de enorme toeloop van nieuwe ijshockey-beoefenaars bij lange na niet verwerken.
Het kan de geweldige opkomst van de toeschouwers bij haast alle wedstrijden niet onder dak brengen, terwijl er toch een slordige vijfduizend man in terecht kan.
En het is zo krap gelegen in een woonkern, dat er geen plaats is om het steeds toestromende verkeer te verwerken en na afloop van een ijshockeyevenement snel af te voeren.
Ijshockey is in Tilburg een soort religie geworden, waarvoor één heiligdom niet meer genoeg is.

Het nieuwe geloof heeft al slachtoffers geëist HIJS-HOKIJ, jarenlang vertoevend op een ongenaakbaar voetstuk, werd twee seizoenen terug voor het eerst door de Tilburgers ontluisterd bij de strijd om de Cup International en vorig jaar ook voor de Nederlandse competitie verslagen, tot tweemaal toe.
Een ontmoeting met de Hagenaars is nu al niet meer dan een formaliteit geworden. TIJSC Trappers lijkt de positie van HIIS-HOKIJ te hebben overgenomen: tweemaal winnaar van de Cup International en van de Coupe Pays-Bas.
Maar... Tilburg kent zichzelf niet meer als het om ijshockey gaat.
Hoe is het anders mogelijk dat het zich op vaderlandse bodem telkens laat verrassen en zich verraderlijk laat bijten door een adder?
Ijshockeyclub Den Bosch (en niet de Trappers) nam vorig seizoen de nationale titel van HIJS-HOKIJ over.
Internationaal gezien heeft Den Bosch weinig betekenis, heeft het nog geen enkele roem vergaard, maar tegen Tilburg spuit het telkens al zijn venijn.
De laatste paar jaar verloor de Trappers al zijn wedstrijden tegen Den Bosch, dit seizoen zelfs nog volkomen eerloos met 10-3.
Tussen beide clubs en hun aanhang heerst een bijna ongezonde naijver, al sinds 1965, toen Den Bosch met ijshockey begon, waarbij de oude rivaliteit tussen Willem II en BVV uit de vette voetbaljaren nog maar een kinderachtig gedoe was.
Nu, gewapend met strijd veel feller op, en tot nog toe hebben de technisch maar conditioneel ijzersterke Bosschenaren veel harder van zich af geslagen.
Letterlijk, wel te verstaan.
De ontmoetingen tussen beide clubs zijn regelrechte veldslagen.
Ijshockev ontspoort van nature heel snel, maar als daarbij ook nog een rivaliteit tussen twee zuidelijke steden komt kijken, is het hek helemaal van de dam.
Eeuwige underdog Den Bosch met en gevreesde en geroutineerde achterlijn Van Dommelen-Bolsius intimideert en provoceert zo kundig, dat de jeugdige aanval van de Trappers snel van de kook raakt.
En dan is het knokken geblazen.

De bisschopsstaf, die de Trappers in hun embleem voeren, blijkt dan pas het symbool voor wereldser geneugten: reclame voor Trappistenbier, waarmee de spelers gedoopt schijnen.
Opgehitst door het publiek, dat met toeters en drievoudige autoclaxons de herrie nog groter maakt, vliegen de handschoenen in het rond en wordt onder de bezielende leiding van Joe Simons, vorig jaar winnaar van de fair-play-cup (hoe bestaat het!), het gevecht met de blote vuist voortgezet, worden de sticks als speren of slagwapens gehanteerd.
Dan leeft Tilburg zich uit en kent het zichzelf niet meer.

Doden zijn er in deze heilige oorlog nog niet gevallen.
Dat gebeurt trouwens bij ijshockey nooit.
Na afloop van de wedstrijd schudden de standers elkaar de hand en gebruiken zij gemeenschappelijk een maaltijd; ook de gevreesde Raiders uit Baden-Baden, en zelfs Den Bosch, ontkomt niet aan dat protocol.
Wel moest de politie eenmaal handelend optreden, toen het publiek zich daadwerkelijk met de strijd bemoeide en het ijs opging, maar dat was bij een wedstrijd tegen Luik.
En één keer moest de schiedsrechter door de spelers in bescherming worden genomen tegen het fanatieke Tilburgse publiek, dat overigens van ijshockey méér weet dan de nog altijd te bescheiden Bossche aanhang, die al vaak begint te schreeuwen voordat er geslagen is.
Maar doden ... nee, dat niet, want daarvoor heeft een Tilburger een te klein hartje.
Toch geven we volledigheidshalve hier nog maar even de data waarop Den Bosch weer in het hol van de leeuw verschijnt.
Dat is op 15 januari en 19 februari.
Want nogmaals als het om ijshockey gaat, kent Tilburg zichzelf niet meer.

Ijshockey trekt publiek Een uitverkocht huis behoort niet tot de uitzonderingen.
Vooral niet In Tilburg als Den Bosch te gast is.
Dat publiek komt om sensatie. Om de veldslag.
Er wordt met sticks geslagen, helaas nog te veel om het gebrek aan techniek te compenseren.

Bron : Schots en Schaats